Studiemiddag ‘Leren, brein en onderwijs’

‘Over onderwijsinnovatie in de praktijk’

Vrijdag 10 mei 2019 | 13:30 – 17:00 | Eenhoorn Amersfoort

Moet je de leerling de ruimte laten om zelf te ontdekken en moet hij of zij de regisseur zijn over het eigen leerproces? Of moet je sturen en inspireren? Hebben jongens en meisjes op school eigenlijk een andere aanpak nodig omdat ze een andere hersenontwikkeling schijnen te hebben?
En hoe zit het met bewegen en sport, met kunst en cultuur, met Bildung? Men zegt immers dat brede vorming goed is voor de ontplooiing van de leerling en voor diens vaardigheid om zich uiteindelijk in te passen in een veranderende omgeving. Of is dat een neuromythe, net zoals de stelling dat we maar 10% van ons brein gebruiken?
Tijdens de studiemiddag ‘Leren, brein en onderwijs’ gaat hoogleraar Neuropsychologie Jelle Jolles in op deze en andere vragen die van groot belang zijn voor de wijze waarop we ons onderwijs in de komende tien jaar willen gaan inrichten.

Scholen hebben de opdracht om te zorgen dat leerlingen de kennis kunnen opdoen die hen in staat stelt om te zijner tijd in de samenleving te kunnen functioneren. Tegelijkertijd groeit de roep om vorming en persoonlijke groei, moet er aandacht zijn voor het tegengaan van pesten, voor gezonde voeding, en moeten kinderen meer bewegen. Bovendien zijn er grote individuele verschillen tussen leerlingen, onder meer door verschillende leef- en leerervaringen (zie box 1), leerproblemen, hoogbegaafdheid, migratieachtergronden en (ontwikkelings)verschillen tussen jongens en meisjes.

Box 1. Effecten eerdere leef- en leerervaringen
De laatste jaren is duidelijk geworden dat de leermotivatie en het schools presteren van de leerling sterk mede bepaald worden door diens eerdere leef- en leerervaringen. Die worden bepaald door de omgeving, dus door de steun, sturing en inspiratie vanuit gezin en eerdere jaren op school. Het blijkt dat opgedane kennis en ervaringen sterk ‘vormend’ zijn voor de zich ontwikkelende leerling. Dat geldt ten positieve, maar ook ten negatieve. Stress en slechte ervaringen thuis of op school kunnen zorgen voor minder goede leermotivatie en presteren. Stimulerende leerervaringen en gebeurtenissen die nieuwsgierig maken zijn juist een sterke stimulans voor het onderhouden van de nieuwsgierigheid, die essentieel is voor het presteren (en uiteindelijk voor de aanpassing aan de snel veranderende samenleving).

Kennis over ontwikkeling leervaardigheden
De laatste jaren is veel kennis verworven over kind en tiener en de ontwikkeling van hun leervaardigheden. De rijping van de hersenen blijkt belangrijker te zijn dan indertijd gedacht. En het blijkt dat ‘de omgeving’ – oftewel de leraar, de opvoeder, school, coaches – een essentiële rol speelt in die rijping en de neuropsychologische ontwikkeling. Een groot probleem is dat die kennis en inzichten nog moeilijk beschikbaar zijn voor de praktijk van het onderwijs en de onderwijsvernieuwing. Dat is de reden dat er veel onderwijsmythen in omloop zijn – foutieve generalisaties uit wetenschappelijke bevindingen. En die belemmeren de toepassing van valide inzichten in de onderwijspraktijk.

“Inzicht in ‘de lerende’ is essentieel voor het verbeteren van het onderwijsrendement”

Handvatten voor onderwijsvernieuwing
Inzichten uit de wetenschap van hersenen & gedrag kunnen, mits op juiste wijze ‘vertaald’ naar de onderwijspraktijk, helpen de juiste keuzes te maken en de juiste voorwaarden te scheppen voor ontplooiing van de leerling. En hiermee handvatten te geven voor onderwijsvernieuwing. Daarover praat Jelle Jolles, hoogleraar Neuropsychologie en oprichter van het Centrum Brein & Leren, u in één middag bij. Het gaat over de ontwikkeling van kinderen en jeugdigen (8-18 jaar) en de vele inzichten die beschikbaar zijn over de kindfactoren die het leren kunnen bevorderen dan wel belemmeren.

“Het brein houdt van kennis en ervaringen en wil gestimuleerd worden”

In de studiemiddag komen de executieve functies aan de orde (zie box 2) evenals het belang van bewegen, kunst, cultuur en Bildung. U krijgt  handvatten aangereikt om in de schoolse context de goede keuzes te kunnen maken op het gebied van onderwijsbeleid en onderwijsinnovatie. Bovendien stelt deze kennis u in staat het onderwijsrendement te verhogen. Jolles werkt al 20 jaar in de onderwijsinnovatie als specialist op gebied van ‘leren’ en was vele jaren Gezondheidszorgpsycholoog en Klinisch Neuropsycholoog. Hij pleit voor een actieve dialoog tussen academia en de onderwijspraktijk met als doel het verbeteren van de ontplooiingsmogelijkheden van jeugdigen. Nadere info over de spreker >>

“Het gaat om de ontplooiing van kind en jongere; om kennisverwerving én persoonlijke groei”

Box 2. Ontwikkeling executieve functies
Executieve functies als zelfinzicht, zelfregulatie, het beheersen van impulsiviteit en het vermogen om zich te concentreren zijn essentieel voor de kennisverwerving en daardoor medebepalend voor de prestaties van leerlingen op school, voor de leermotivatie, hun persoonlijke groei en ontplooiing. Hoever een kind of jongere is ontwikkeld in zijn executieve functies is voor hem- of haarzelf, maar juist ook voor ouders, leraren en coaches/begeleiders van groot belang.

De mate waarin het kind, dan wel de jongere in staat is om zijn of haar eigen gedrag te plannen, weerstand te bieden tegen verlokkingen, inzicht heeft in het eigen leerproces en een relatief zelfstandige rol kan spelen in studie en ontplooiing is afhankelijk van de fase in ontwikkeling van de executieve functies. Het is de omgeving (met name opvoeders en leraren) die deze ontwikkeling faciliteert.

Er is hierover in afgelopen jaren veel kennis en inzicht verworven. Voor onderwijsprofessionals is deze kennis gewoonlijk niet of nauwelijks toegankelijk. Deze studiemiddag beoogt daarom om die kennis en inzichten te presenteren, die het voor de onderwijsprofessional mogelijk maakt om dat wat relevant is ook te kunnen gebruiken in de schoolse context en voor het onderwijsbeleid en onderwijsinnovatie.

Terug naar de studiemiddag pagina >>